Het was heel bijzonder, toen we in de jaren '90 onze eerste mobieltjes kochten. Het populairst was de Nokia, waarvan de bekende ringtone intussen alweer nostalgie oproept. Maar hoe ging telefoneren voordat we razendsnel een sim only abonnement regelden en internet ook nog niet voorhanden was?

 

De huistelefoon met vast nummer

Vrijwel elk bedrijf of huishouden had een huistelefoon, bereikbaar via een vaste, niet-digitale lijn. Als je lokaal belde, hoefde je niet eens het netnummer van de gemeente in te toetsen en in sommige kleine dorpen woonden zo veel mensen dat vijf of zelfs vier cijfers voldoende waren. Hoewel, intoetsen. Op veel bakelieten telefoons zat een draaischijf. De toetsen kwamen in de jaren '70/'80 pas. Was iemand niet thuis, had je simpelweg pech en probeerde je het later.

 

De geinlijn bellen voor de mop van de dag

Een telefoon kon wel kwijt zijn, maar dan alleen in huis. In de jaren '90 kwam de oplaadbare telefoon op de markt en hiermee kon je door het huis lopen. Maar de meeste telefoonhoorns hadden een snoer en bevonden zich op een vaste plek, het liefst vlak bij de driezitsbank. Er waren (korte) nummers voor het weer, de exacte tijd, algemene informatie of de dagelijkse mop van Max Tailleur: deze Geinlijn beleefde zijn hoogtepunt in 1979, toen er 8 miljoen keer naar werd gebeld.

 

Een nummer opzoeken

Nummers opzoeken deed je in het telefoonboek, een zware verzameling papier die jaarlijks vernieuwd en gratis huis aan huis verstrekt werd. Je had ook de Gouden Gids, een telefoonboek voor bedrijven. Op diverse plekken bevonden zich telefooncellen, die zie je nu amper meer maar in de vorige eeuw kon je er met een kwartje iemand kort opbellen. En de telefoonboeken waren in die cellen, zo hufter-proof als maar kon, ook beschikbaar. Je kon ook 008 intikken, zoals je nu bijvoorbeeld 1800 gebruikt.

 

Telefoon kopen

Een telefoon kopen deed je bij het warenhuis of elektronicawinkel. Telefoonwinkels - laat staan online - bestonden nog niet, terwijl ze nu in sommige winkelstraten volop aanwezig zijn. Veel huishoudens kochten er een antwoordapparaat bij. Wie thuiskwam na het boodschappen doen, een etentje of een dagje weg checkte eerst alle berichten. De voicemail kwam er pas in de 90's.

 

Telefoongrappen uithalen

Omdat bellen veelal anoniem gebeurde was de telefoongrap een gezellig tijdverdrijf. Iemand vijf keer opbellen om te vragen of ene Harry aanwezig is, nul op het rekest krijgen en dan onder de naam Harry weer opbellen om te vragen of er nog gebeld is - het was een bekende vorm van ongein. Net als het bestellen van hele stapels pizza's (of taxi's) voor de buren.